ECLI:NL:PHR:2023:790
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep in kinderopvangtoeslagfraudezaak wegens termijnoverschrijding
In deze zaak betreft het cassatieberoep van een betrokkene in een kinderopvangtoeslagfraudezaak. Het gerechtshof Amsterdam had eerder het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op € 87.227,39 en de betrokkene verplicht tot betaling aan de Staat. Het cassatieberoep werd ingesteld op 18 augustus 2021, maar schriftelijke middelen van cassatie werden niet tijdig ingediend.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad constateert dat de betrokkene niet binnen de wettelijke termijn, zoals vereist in artikel 437 lid 2 Sv Pro, schriftelijke middelen van cassatie heeft ingediend. Hierdoor is het voorschrift niet nageleefd en kan de betrokkene niet in het cassatieberoep worden ontvangen.
De conclusie van de Procureur-Generaal is dan ook dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Daarnaast wordt opgemerkt dat de Hoge Raad de duur van de opgelegde gevangenisstraf zal verminderen wegens schending van de redelijke termijn, maar het beroep voor het overige zal verwerpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van schriftelijke middelen van cassatie.