ECLI:NL:PHR:2023:790

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
12 september 2023
Publicatiedatum
11 september 2023
Zaaknummer
21/03544
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 326 SrArt. 225 SrArt. 435 lid 1 SvArt. 437 lid 2 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep in kinderopvangtoeslagfraudezaak wegens termijnoverschrijding

In deze zaak betreft het cassatieberoep van een betrokkene in een kinderopvangtoeslagfraudezaak. Het gerechtshof Amsterdam had eerder het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op € 87.227,39 en de betrokkene verplicht tot betaling aan de Staat. Het cassatieberoep werd ingesteld op 18 augustus 2021, maar schriftelijke middelen van cassatie werden niet tijdig ingediend.

De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad constateert dat de betrokkene niet binnen de wettelijke termijn, zoals vereist in artikel 437 lid 2 Sv Pro, schriftelijke middelen van cassatie heeft ingediend. Hierdoor is het voorschrift niet nageleefd en kan de betrokkene niet in het cassatieberoep worden ontvangen.

De conclusie van de Procureur-Generaal is dan ook dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Daarnaast wordt opgemerkt dat de Hoge Raad de duur van de opgelegde gevangenisstraf zal verminderen wegens schending van de redelijke termijn, maar het beroep voor het overige zal verwerpen.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van schriftelijke middelen van cassatie.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer21/03544 P
Zitting12 september 2023
CONCLUSIE
P.M. Frielink
In de zaak
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,
hierna: de betrokkene

1.Cassatieberoep

1.1
Het gerechtshof Amsterdam heeft bij arrest van 10 augustus 2021 het wederrechtelijk verkregen voordeel geschat op € 87.227,39 en aan de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling van dat bedrag aan de Staat.
1.2
Er bestaat samenhang met de zaak 21/03058. In die zaak concludeer ik vandaag ook.
1.3
Het cassatieberoep is op 18 augustus 2021 ingesteld namens de betrokkene. De aanzegging als bedoeld in art. 435 lid 1 Sv Pro is op 6 november 2021 (in persoon) betekend. Namens de verdachte is geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend.

2.Beoordeling

2.1
Nu de betrokkene niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is het voorschrift van art. 437 lid 2 Sv Pro niet in acht genomen, zodat de verdachte niet in het beroep kan worden ontvangen.

3.Slotsom

3.1
Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de betrokkene in het beroep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG