Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2023:1474

Hoge Raad

Datum uitspraak
31 oktober 2023
Publicatiedatum
19 oktober 2023
Zaaknummer
21/04625
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 249 lid 1 SrArt. 342 lid 2 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak ontucht docent met minderjarige scholiere bevestigd in cassatie

In deze strafzaak was de verdachte beschuldigd van ontucht met een minderjarige scholiere die aan zijn opleiding was toevertrouwd, zoals bedoeld in art. 249 lid 1 Sr Pro. De rechtbank sprak de verdachte vrij, waarna het gerechtshof Amsterdam het arrest van 26 oktober 2021 de vrijspraak bevestigde. Het hof motiveerde duidelijk dat er sprake was van een seksuele relatie in de tenlastegelegde periode, maar dat de verklaring van de aangeefster voldoende steun vond in het overige bewijsmateriaal.

De verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest. Hij voerde aan dat het hof in strijd met art. 342 lid 2 Sv Pro het bewijs uitsluitend op de verklaring van één getuige had gebaseerd, wat onvoldoende zou zijn. De advocaat-generaal concludeerde tot verwerping van het beroep, stellende dat het bewijsminimum was gehaald.

De Hoge Raad oordeelde dat het cassatiemiddel faalt en dat het hof voldoende en duidelijk heeft gemotiveerd waarom de verklaring van de aangeefster voldoende steun vindt in het overige bewijs. Daarmee werd het beroep verworpen en bleef de vrijspraak in stand.

Deze uitspraak bevestigt de strikte toetsing aan het bewijsminimum bij een una testimonium en benadrukt het belang van een duidelijke motivering door het hof over de samenhang van het bewijs.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de vrijspraak van de verdachte wegens ontucht met een minderjarige.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/04625
Datum31 oktober 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 26 oktober 2021, nummer 23-002017-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1963,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft D.N. de Jonge, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt dat het hof in strijd met artikel 342 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering de bewezenverklaring uitsluitend heeft doen steunen op de verklaringen van één getuige.
2.2
Het cassatiemiddel faalt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 3 tot en met 14.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
31 oktober 2023.