Conclusie
Inleiding
Bewezenverklaring en bewijsvoering
proces-verbaal van aangiftemet nummer PL1100-2018010001-1 van 2 februari 2018, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 2] [doorgenummerde pagina’s 18-28].
het hof begrijpt: de verdachte), nam de taken van mijn mentor over. Ik begon hem steeds meer te vertrouwen en wij kregen steeds een betere band. Dat was in september 2016, toen zat ik al in de 6de klas van het [A] . Wij waren in [plaats] en hij was met twee anderen mee als begeleider. Ik kreeg daar een dip, was depressief en wilde naar mijn kamer. Ik kreeg de kamer niet open en mijn kamergenoot lag in de kamer te slapen. De anderen waren in de stad aan het feesten. Meneer (
het hof begrijpt: de verdachte) stelde voor om mee te gaan naar zijn kamer totdat de anderen terug zouden zijn. Hij begon toen aan mij te zitten en gaf mij een kus. Ik werd gebeld door mijn kamergenote. Ik ging naar beneden en hij liet mij beloven dat ik het aan niemand zou vertellen. Het was een gewone kus met de mond, nog niet met de tong. Hij zoende mij op mijn mond. Dat was het in [plaats] en daar begon het mee.
vingeroefeningen. Hij zei dit expres met de bedoeling dat ik mijzelf zou vingeren. Hij heeft het uitgelegd wat ik moest doen. Hij maakte het vingeren voor mij duidelijk door het bij mij voor te doen. Hij stond achter mij en deed zijn hand, tijdens het voordoen, in mijn broek en onderbroek zonder te vragen.
proces-verbaal van verhoor aangeefstermet nummer PL1100-2018010001-7 van 28 februari 2018, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 2] en [verbalisant 3] [doorgenummerde pagina’s 30-34].
proces-verbaal van bevindingenvan 17 september 2018, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 3] met bijlagen [doorgenummerde pagina’s 118- 131].
het hof begrijpt: van de verdachte), waaronder de volgende goederen:
proces-verbaal van verhoor aangeefstermet nummer PL1100-2018010001-12 van 19 november 2018, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 3] [doorgenummerde pagina’s 37-43]
proces-verbaal van verhoor verdachtemet nummer 2018010001 van 20 juni 2018, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 3] en [verbalisant 4] [doorgenummerde pagina’s 139 tot en met 153].
verklaring van de verdachte:
Het hof overweegt als volgt
nadatde aangeefster op [geboortedatum] 2017 meerderjarig was geworden en de school reeds had verlaten (de lezing van de verdachte).
Het middel van cassatie en de bespreking daarvan
voldoendesteun dient te bieden aan die gedraging(en). Daarvan zal in de regel geen sprake zijn als het steunbewijs alleen de aanwezigheid bevestigt van de verdachte bij de aangever/aangeefster op dezelfde tijd en plaats. [6]
seksuelerelatie tussen de toen nog minderjarige aangeefster en de verdachte. De bewijsmotivering van het hof onderscheidt zich van zaken waarin het steunbewijs enkel de aanwezigheid van de verdachte in het bijzijn van het vermeende slachtoffer bevestigt. Ik vermag niet in te zien in welk opzicht het hof de verklaring van de verdachte teveel in het midden heeft gelaten. Het hof heeft tegenover deze verklaring duidelijk aangegeven op grond van welke redenen het van oordeel is dat de relatie tijdens het voormelde schooljaar, toen de aangeefster nog minderjarig was, niet enkel vriendschappelijk was.
Slotsom