Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
31 oktober 2023.
Hoge Raad
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor opzetheling van een auto, zoals bedoeld in artikel 416 lid 1 sub a van Pro het Wetboek van Strafrecht. Na een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden werd door verdachte cassatieberoep ingesteld bij de Hoge Raad. Namens verdachte werd een cassatiemiddel ingediend waarin onder meer werd geklaagd over de bewijsvoering van het hof.
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad heeft vervolgens de klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de klachten geen vragen opriepen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, zoals bedoeld in artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Het arrest is gewezen door de vice-president van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Röttgering en Caminada. Het beroep van verdachte is verworpen, waarmee het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen, arrest hof blijft in stand.