ECLI:NL:HR:2023:1512
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslagen omzetbelasting
Belanghebbende, een besloten vennootschap, was in geschil met de Staatssecretaris van Financiën over naheffingsaanslagen omzetbelasting en belastingrente over de periode van 1 januari 2012 tot en met 31 december 2017. Na een uitspraak van de Rechtbank Den Haag en een hoger beroep bij het Gerechtshof Den Haag, stelde belanghebbende cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de klachten van belanghebbende niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de gronden van dit oordeel te motiveren, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en op 3 november 2023 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het hof bevestigd.