ECLI:NL:HR:2023:1523

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 november 2023
Publicatiedatum
6 november 2023
Zaaknummer
22/04259 B
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 552a Wetboek van StrafvorderingArt. 94a Wetboek van StrafvorderingArt. 80a Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake beslag op goederen bij verdenking witwassen en valsheid

De zaak betreft een cassatieberoep van de klager tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 18 februari 2022, waarin beslag was gelegd op drie panden, twee auto's, een kentekenbewijs, een moving intelligence-kaart en zeventien horloges. De verdenkingen betroffen onder meer witwassen, deelname aan een criminele organisatie, valsheid in geschrift en het voorhanden hebben van valse reisdocumenten.

De klager stelde dat de rechtbank had moeten onderzoeken of het beslag proportioneel en subsidiar was, gelet op de door hem aangevoerde wanverhouding tussen de waarde van de inbeslaggenomen goederen en de hoogte van het wederrechtelijk verkregen voordeel. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het beroep.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet tot vernietiging van de uitspraak konden leiden en dat het niet nodig was om de motivering nader toe te lichten, omdat de vragen niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het beroep werd derhalve verworpen.

De beschikking werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren in aanwezigheid van de waarnemend griffier tijdens een openbare terechtzitting op 7 november 2023.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het beslagbesluit van de rechtbank.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/04259 B
Datum7 november 2023
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 18 februari 2022, nummer RK 21/006148, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1960,
hierna: de klager.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft P.G. Grijpstra, advocaat te Breda, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
7 november 2023.