Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel in het principale beroep
Het beroep op de Coördinatieverordering en de Toepassingsverordening
4.Beslissing
10 november 2023.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak vorderden eiseres, een heupkliniek, en verzekerden volledige vergoeding van kosten voor een heupoperatie in België door een niet-gecontracteerde zorgaanbieder, terwijl de zorgverzekeraar VGZ slechts 80% van het gemiddeld gecontracteerde Nederlandse tarief vergoedde. De verzekerden hadden vooraf toestemming gekregen van VGZ voor de behandeling.
De rechtbank en het gerechtshof wezen de vorderingen af. Het hof overwoog dat de Coördinatieverordening en Toepassingsverordening niet tot een hogere vergoeding leiden omdat in België geen vergoeding zou zijn toegekend voor deze zorg. Ook het beroep op het vrije verkeer van diensten en de Patiëntenrichtlijn faalde, omdat deze bepalingen in de verhouding tussen partijen geen directe werking hebben.
De Hoge Raad bevestigde dat de vergoeding van 80% van het gemiddeld gecontracteerde tarief niet in strijd is met art. 13 Zvw Pro, de Patiëntenrichtlijn of het VWEU. De korting vormt geen feitelijke hinderpaal voor grensoverschrijdende zorg en is gerechtvaardigd door het Nederlandse zorgstelsel en het hinderpaalcriterium. Het beroep van eiseres werd verworpen en zij werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat VGZ de kosten van grensoverschrijdende zorg door een niet-gecontracteerde aanbieder mag vergoeden tot 80% van het gemiddeld gecontracteerde tarief zonder strijd met EU-recht.