ECLI:NL:HR:2023:1538

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 november 2023
Publicatiedatum
9 november 2023
Zaaknummer
23/00688
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep tegen beschikking over voorlopig getuigenverhoor in coronapandemiezaak

In deze zaak heeft eiseres B.V. cassatie ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof Den Haag betreffende een voorlopig getuigenverhoor over de levering van persoonlijke beschermingsmiddelen tijdens de coronapandemie.

De Hoge Raad heeft de klachten van eiseres over de beperkingen die aan het voorlopig getuigenverhoor zijn gesteld beoordeeld. De klachten konden echter niet leiden tot vernietiging van de beschikking van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om zijn oordeel nader te motiveren, omdat de klachten geen vragen opriepen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

De Hoge Raad heeft het beroep van eiseres verworpen en haar veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. De uitspraak werd gedaan door de vicepresident en raadsheren, en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer23/00688
Datum10 november 2023
BESCHIKKING
In de zaak van
[eiseres] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: [eiseres] ,
advocaat: N.C. van Steijn,
tegen
STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport),
gevestigd te Den Haag,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de Staat,
advocaat: P.J. Tanja.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de beschikking in de zaak C/09/618201/HA RK 21-369 van de rechtbank Den Haag van 3 maart 2022;
b. de beschikking in de zaak 200.310.103/01 van het gerechtshof Den Haag van 22 november 2022.
[eiseres] heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De Staat heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiseres] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Staat begroot op € 857,-- aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiseres] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren S.J. Schaafsma en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op
10 november 2023.