ECLI:NL:HR:2023:154

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 februari 2023
Publicatiedatum
3 februari 2023
Zaaknummer
22/01445
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart verzoek om herziening niet-ontvankelijk in belastingzaak

De zaak betreft een verzoek om herziening van een eerder arrest van de Hoge Raad uit 2021 in een belastingrechtelijke kwestie.

De Hoge Raad heeft het verzoek zorgvuldig beoordeeld, waarbij ook de procureur-generaal een advies heeft uitgebracht. Gelet op de inhoud van het verzoek en de toepasselijke wettelijke regels, heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het verzoek duidelijk niet kan slagen.

Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft de Hoge Raad daarom het verzoek zonder nadere motivering niet-ontvankelijk verklaard. Tevens is besloten geen proceskosten aan de verzoeker op te leggen.

Het arrest is op 3 februari 2023 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en de raadsheren van de Hoge Raad, met aanwezigheid van de waarnemend griffier.

Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard zonder proceskostenveroordeling.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer22/01445
Datum3 februari 2023
ARREST
in de zaak van
[X] te [Z], Marokko, (hierna: belanghebbende)
op het verzoek om herziening van het arrest van de Hoge Raad der Nederlanden van 5 november 2021, nr. 21/02010, ECLI:NL:HR:2021:1611.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het verzoek om herziening

De Hoge Raad heeft het verzoek om herziening beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen.
De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het verzoek om herziening duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruik maken van de mogelijkheid om het verzoek zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het verzoek om herziening niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt en M.A. Fierstra, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 3 februari 2023.