ECLI:NL:HR:2023:155
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens ontbreken gronden
Belanghebbende stelde een beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland inzake een belastingzaak. Het ingediende beroepschrift bevatte echter niet de wettelijk vereiste gronden zoals voorgeschreven in artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb. De griffier van de Hoge Raad gaf belanghebbende meerdere malen de gelegenheid om dit verzuim te herstellen, eerst via een bericht in het digitale dossier en vervolgens via een aangetekende brief.
Ondanks deze kansen maakte belanghebbende geen gebruik van de herstelmogelijkheid en liet ook de advocaat weten niet langer als gemachtigde op te treden. Hierdoor kon het beroep niet inhoudelijk worden behandeld. De Hoge Raad past daarom artikel 6:6 Awb Pro toe en verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en op 3 februari 2023 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van de gronden in het beroepschrift.