ECLI:NL:HR:2023:1558

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 november 2023
Publicatiedatum
10 november 2023
Zaaknummer
22/00126
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416.2 SvArt. 285.1 Sr
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens ontoereikende motivering afwijzing aanhoudingsverzoek in hoger beroep

De verdachte werd in hoger beroep niet persoonlijk opgeroepen voor de zitting en verscheen niet. Een raadsman, die niet uitdrukkelijk gemachtigd was, verzocht namens verdachte om aanhouding van de zaak omdat contact met verdachte niet mogelijk was. Het hof wees dit verzoek af met de motivering dat de raadsman alles had geprobeerd, er voldoende tijd was geweest, verdachte niet op oproepen van de reclassering had gereageerd en het adres juist was.

De Hoge Raad oordeelde dat het hof niet had vastgesteld dat de oproeping aan verdachte persoonlijk was uitgereikt of dat verdachte anderszins op de hoogte was van de zittingsdatum. Hierdoor had het hof een belangenafweging moeten maken tussen alle bij aanhouding betrokken belangen, zoals vereist volgens eerdere jurisprudentie (HR 2020:1158). Het hof had deze afweging niet gemaakt en de motivering was daarom ontoereikend.

De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor hernieuwde berechting en beslissing. Dit arrest benadrukt het belang van een zorgvuldige belangenafweging bij aanhoudingsverzoeken in hoger beroep wanneer twijfel bestaat over kennisname van de zittingsdatum door de verdachte.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting wegens ontoereikende motivering van de afwijzing van het aanhoudingsverzoek.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/00126
Datum14 november 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 20 oktober 2021, nummer 21-003182-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft P. van de Kerkhof, advocaat te Tilburg, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden teneinde op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt over de afwijzing door het hof van het verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak.
2.2
Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep houdt onder meer het volgende in:
“De verdachte (...) is niet verschenen.
Ter terechtzitting is aanwezig mr. A. de Haan, advocaat te Heerenveen, die verklaart niet uitdrukkelijk door verdachte te zijn gemachtigd de verdediging te voeren.
De raadsman deelt het volgende mee:
Ik verzoek het hof om de zaak aan te houden. Ik heb alles geprobeerd om mijn cliënt te bereiken, maar dat is helaas niet gelukt. Ik wil nogmaals proberen of ik met hem in contact kan komen.
De advocaat-generaal deelt mee dat hij zich verzet tegen aanhouding van de zaak nu alles al in het werk is gesteld om verdachte te bereiken en dat niet tot enig resultaat heeft geleid.
Het hof trekt zich terug voor beraad.
Na beraad van het hof deelt de voorzitter mee dat het verzoek tot schorsing van het onderzoek wordt afgewezen. De raadsman heeft naar eigen zeggen al alles geprobeerd om met verdachte in contact te komen. Er is voldoende tijd geweest om het contact te leggen. Verdachte heeft ook niet gereageerd op de oproepen van de reclassering. Er is ook geen indicatie dat het adres van verdachte niet juist zou zijn.”
2.3
Het hof heeft het verzoek tot aanhouding van het onderzoek ter terechtzitting omdat de verdachte mogelijk geen weet heeft van de zitting, afgewezen op de gronden dat de raadsman naar zijn zeggen alles geprobeerd had om met de verdachte in contact te komen, er voldoende tijd was geweest om contact te leggen, de verdachte niet had gereageerd op de oproepen van de reclassering en er geen indicatie was dat het adres van de verdachte niet juist zou zijn. Nu het hof niet heeft vastgesteld dat de oproeping in hoger beroep aan de verdachte in persoon is uitgereikt of dat de verdachte anderszins op de hoogte is geraakt van de datum van de zitting, had het hof een afweging moeten maken tussen alle bij aanhouding van het onderzoek ter terechtzitting betrokken belangen (vgl. HR 7 juli 2020, ECLI:NL:HR:2020:1158). Het hof heeft er echter niet blijk van gegeven die afweging te hebben gemaakt. Het hof heeft daarom de afwijzing van het aanhoudingsverzoek ontoereikend gemotiveerd.
2.4
Het cassatiemiddel slaagt.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T.B. Trotman en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
14 november 2023.