ECLI:NL:PHR:2023:841
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens onvoldoende motivering afwijzing aanhoudingsverzoek in hoger beroep
De verdachte werd door de politierechter veroordeeld wegens bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht en/of zware mishandeling, met een voorwaardelijke gevangenisstraf en geldboete. In hoger beroep werd de verdachte niet-ontvankelijk verklaard, waarna cassatie werd ingesteld. Tijdens de terechtzitting van het hof op 20 oktober 2021 was de verdachte niet verschenen en de raadsman verzocht om aanhouding van de zaak omdat hij geen contact met de verdachte kon krijgen en mogelijk de verdachte geen weet had van de zitting.
Het hof wees het verzoek af met de motivering dat er geen indicatie was dat het adres van de verdachte onjuist was, er voldoende tijd was geweest om contact te leggen en de verdachte niet had gereageerd op oproepen van de reclassering. De advocaat-generaal stelde dat het hof geen belangenafweging had gemaakt tussen alle betrokken belangen bij aanhouding, zoals vereist volgens de jurisprudentie van de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het verzoek tot aanhouding werd afgewezen zonder de noodzakelijke belangenafweging te maken, terwijl niet was vastgesteld dat de oproeping in persoon was betekend of dat de verdachte daadwerkelijk op de hoogte was van de zitting. Daarom werd het arrest vernietigd en de zaak terugverwezen naar het hof voor hernieuwde behandeling.
De conclusie van de advocaat-generaal strekte tot vernietiging en terugwijzing, zonder dat ambtshalve andere gronden voor vernietiging werden gevonden. De zaak wordt nu opnieuw door het hof Arnhem-Leeuwarden behandeld op het bestaande hoger beroep.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling wegens onvoldoende motivering van de afwijzing van het aanhoudingsverzoek.