Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
14 november 2023.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam waarin verdachte werd veroordeeld voor doodslag na een ripdeal met hasj. De Hoge Raad heeft de klachten van de verdachte over het hofarrest beoordeeld en deze verworpen, zonder nadere motivering, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De verdachte bevindt zich in voorlopige hechtenis en de Hoge Raad constateert dat meer dan zestien maanden zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep, waardoor de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro is overschreden. Dit leidt tot een vermindering van de opgelegde gevangenisstraf.
De Hoge Raad vernietigt het hofarrest uitsluitend voor wat betreft de duur van de gevangenisstraf en vermindert deze tot vijf jaren en negen maanden. Voor het overige wordt het beroep verworpen. De uitspraak is gedaan door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot vijf jaar en negen maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.