ECLI:NL:HR:2023:1569

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 november 2023
Publicatiedatum
16 november 2023
Zaaknummer
23/01252
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 611e Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling steunvordering van voor faillietverklaring verbeurde dwangsommen in faillissementsprocedure

In deze cassatieprocedure stond de vraag centraal of een vordering van derden ter zake van voor de faillietverklaring verbeurde dwangsommen kan gelden als steunvordering bij een faillissementsaanvraag. HTC had TWI failliet laten verklaren en daarbij ook een vordering van de Vlaamse overheid over dwangsommen betrokken.

De rechtbank verklaarde TWI failliet en het hof bevestigde dit oordeel. Het hof oordeelde dat dwangsommen die voor faillietverklaring zijn verbeurd niet in het faillissement passief worden toegelaten, maar dat een dergelijke vordering wel als steunvordering kan dienen naast andere vorderingen.

TWI stelde in cassatie dat de Hoge Raad met het arrest ABN AMRO/Berzona was teruggekomen op eerdere jurisprudentie (Verhees/Octrooibureau Zuid) en dat dwangsommen niet als steunvordering kunnen gelden. De Hoge Raad verwierp deze klacht en bevestigde dat artikel 611e lid 2 Rv zich niet verzet tegen het gebruik van dergelijke vorderingen als steunvordering.

De Hoge Raad wees verder op het ontbreken van noodzaak tot nadere motivering aangezien de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het cassatieberoep werd verworpen.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat een vordering van derden betreffende voor faillietverklaring verbeurde dwangsommen als steunvordering kan worden gebruikt.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer23/01252
Datum17 november 2023
ARREST
In de zaak van
TURNER WASTE INTERMEDIATE B.V,
gevestigd te Elburg,
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: TWI,
advocaat: K. Aantjes,
tegen
HTC WALLONIE S.A.,
gevestigd te Herstal, België,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: HTC,
advocaat: T.E. Booms.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/05/23/49 F van de rechtbank Gelderland van 14 februari 2023;
b. het arrest in de zaak 200.323.078 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 23 maart 2023.
TWI heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
HTC heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

2.Uitgangspunten en feiten

2.1
In deze procedure heeft HTC verzocht TWI failliet te verklaren. Daaraan heeft HTC ten grondslag gelegd dat zij een vordering heeft op TWI, dat TWI meerdere schulden onbetaald laat en dat TWI verkeert in een toestand dat zij heeft opgehouden te betalen.
De rechtbank heeft TWI failliet verklaard.
2.2
Het hof heeft het vonnis van de rechtbank bekrachtigd. [1] Het overwoog onder meer:
“3.4. Met het bericht van de curator is summierlijk gebleken dat de Vlaamse overheid een vordering op TWI heeft. Volgens HTC kan deze vordering als steunvordering worden aangemerkt, hetgeen TWI, onder verwijzing naar wet en jurisprudentie, betwist. Het hof oordeelt hierover als volgt.
3.5.
Er is summierlijk gebleken dat TWI voor de faillietverklaring dwangsommen aan de Vlaamse overheid heeft verbeurd. Artikel 611e lid 2 Rv bepaalt dat dwangsommen die vóór de faillietverklaring verbeurd zijn niet in het passief van het faillissement worden toegelaten. Deze bepaling brengt mee dat een faillissementsaanvraag niet alleen kan worden gebaseerd op een vordering ter zake van verbeurde dwangsommen. Daarvan is hier geen sprake, nu ook summierlijk is gebleken van de vordering van HTC. Artikel 611e lid 2 Rv staat er niet aan in de weg dat een dergelijke vordering van de aanvrager door hem naast andere vorderingen ten grondslag wordt gelegd aan de stelling dat de schuldenaar verkeert in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen, en verzet zich evenmin ertegen dat een dergelijke vordering van derden door de aanvrager wordt gebezigd als steunvordering.[voetnoot hof: HR 20 september 1996, NJ 1997, 640, onder 3.1] De vordering van de Vlaamse overheid kan dus gelden als steunvordering naast de eigen vordering van HTC. (…).”

3.Beoordeling van het middel

3.1
Het middel trekt ten strijde tegen het oordeel van het hof in rov. 3.5 dat de vordering van de Vlaamse overheid ter zake van voor de faillietverklaring verbeurde dwangsommen, kan gelden als steunvordering. Uit het arrest Verhees/Octrooibureau Zuid [2] volgt weliswaar dat art. 611e lid 2 Rv zich niet ertegen verzet dat een dergelijke vordering van derden wordt gebezigd als steunvordering, maar volgens het middel is de Hoge Raad daarvan teruggekomen in het arrest ABN AMRO/Berzona. [3] In laatstgenoemd arrest heeft de Hoge Raad overwogen dat voor een steunvordering voldoende is dat het gaat om een vordering die ter verificatie in het faillissement kan worden ingediend. Aangezien dwangsommen niet ter verificatie in een faillissement kunnen worden ingediend, kan een dwangsomvordering niet als steunvordering dienen, aldus de rechtsklacht van het middel.
3.2
De klacht berust op de onjuiste rechtsopvatting dat de Hoge Raad in zijn arrest in de zaak ABN AMRO/Berzona is teruggekomen van zijn arrest in de zaak Verhees/Octrooibureau Zuid. Art. 611e Rv verzet zich niet ertegen dat een vordering van een derde ter zake van voor de faillietverklaring verbeurde dwangsommen door de aanvrager wordt gebezigd als steunvordering. [4] De rechtsklacht faalt dus.
3.3
De overige klachten van het middel kunnen evenmin tot cassatie leiden. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie art. 81 lid 1 RO Pro).

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, H.M. Wattendorff en S.J. Schaafsma, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op
17 november 2023.

Voetnoten

1.Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 23 maart 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:2519.
2.HR 20 september 1996, ECLI:NL:HR:1996:ZC2146 (Verhees/Octrooibureau Zuid), rov. 3.1.
3.HR 11 juli 2014, ECLI:NL:HR:2014:1681 (ABN AMRO/Berzona), rov. 3.4.2.
4.HR 20 september 1996, ECLI:NL:HR:1996:ZC2146 (Verhees/Octrooibureau Zuid), rov. 3.1.