Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
17 november 2023.
Hoge Raad
In deze cassatieprocedure stond de vraag centraal of een vordering van derden ter zake van voor de faillietverklaring verbeurde dwangsommen kan gelden als steunvordering bij een faillissementsaanvraag. HTC had TWI failliet laten verklaren en daarbij ook een vordering van de Vlaamse overheid over dwangsommen betrokken.
De rechtbank verklaarde TWI failliet en het hof bevestigde dit oordeel. Het hof oordeelde dat dwangsommen die voor faillietverklaring zijn verbeurd niet in het faillissement passief worden toegelaten, maar dat een dergelijke vordering wel als steunvordering kan dienen naast andere vorderingen.
TWI stelde in cassatie dat de Hoge Raad met het arrest ABN AMRO/Berzona was teruggekomen op eerdere jurisprudentie (Verhees/Octrooibureau Zuid) en dat dwangsommen niet als steunvordering kunnen gelden. De Hoge Raad verwierp deze klacht en bevestigde dat artikel 611e lid 2 Rv zich niet verzet tegen het gebruik van dergelijke vorderingen als steunvordering.
De Hoge Raad wees verder op het ontbreken van noodzaak tot nadere motivering aangezien de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat een vordering van derden betreffende voor faillietverklaring verbeurde dwangsommen als steunvordering kan worden gebruikt.