ECLI:NL:HR:2023:157
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens gebrek aan bevoegdheid
De Hoge Raad heeft op 3 februari 2023 het beroep in cassatie van A.F.M.J. Verhoeven tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 25 oktober 2022 beoordeeld. De Hoge Raad stelde vast dat de indiener van het beroepschrift, handelend namens een partij, niet de vereiste machtiging had overgelegd om het beroep in cassatie in te dienen.
De griffier had de indiener verzocht binnen zes weken een bewijsstuk te overleggen waaruit de bevoegdheid tot het instellen van het cassatieberoep bleek. Hoewel een machtiging werd overgelegd, omvatte deze niet het instellen van het beroep in cassatie. Hierdoor concludeerde de Hoge Raad dat de indiener niet bevoegd was en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en sprak het arrest uit in aanwezigheid van de vice-president en twee raadsheren. Hiermee is het cassatieberoep definitief afgewezen wegens ontvankelijkheidsgebrek.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan bevoegdheid van de indiener.