ECLI:NL:HR:2023:1577
Hoge Raad
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Verzoek om wraking van leden Hoge Raad afgewezen wegens gebrek aan motivering en misbruik
Verzoeker heeft meerdere wrakingsverzoeken ingediend tegen leden van de Hoge Raad die betrokken zijn bij zijn cassatiezaak onder nummer 22/01582. Na eerdere afwijzingen diende verzoeker opnieuw een wrakingsverzoek in tegen de wrakingskamer zelf, bestaande uit andere leden van de Hoge Raad.
De Hoge Raad beoordeelde dat het verzoek niet voldeed aan de motiveringseis van artikel 8:16 lid 2 Awb Pro, omdat verzoeker geen feiten of omstandigheden aanvoerde die een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid konden rechtvaardigen. Het verzoek werd daarom niet als een geldig wrakingsverzoek aangemerkt.
Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat het institutionele wrakingsmiddel niet bedoeld is als middel tegen procedurele of inhoudelijke beslissingen van rechters. Gezien het aantal en de inhoud van de ingediende verzoeken, werd het verzoek aangemerkt als misbruik van recht. Daarom wordt bepaald dat toekomstige wrakingsverzoeken van verzoeker in deze zaken niet in behandeling worden genomen.
De beslissing werd genomen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter, samen met raadsheren A.L.J. van Strien en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken op 17 november 2023.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt buiten behandeling gesteld en toekomstige wrakingsverzoeken worden niet in behandeling genomen.