ECLI:NL:HR:2023:1029
Hoge Raad
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen leden Hoge Raad in belastingzaak
Verzoeker heeft bij de Hoge Raad beroep in cassatie ingesteld in een belastingzaak en verzocht om de zaak mondeling toe te lichten op grond van artikel 29c AWR. De Hoge Raad maakte bekend dat uitspraak zou worden gedaan door drie specifieke raadsheren, waarna verzoeker een wrakingsverzoek tegen deze leden indiende.
De Hoge Raad stelde vast dat het wrakingsverzoek niet tijdig was behandeld en verklaarde het eerdere arrest vervallen. Tijdens de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek werd verzoeker gehoord, maar de betrokken raadsheren berustten niet in de wraking en wensten niet te worden gehoord.
De Hoge Raad oordeelde dat het enkel feit dat verzoeker niet werd toegestaan zijn mondelinge toelichting voorafgaand aan de uitspraak te geven, geen zwaarwegende aanwijzing vormt voor vooringenomenheid of een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor. Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen.
De beslissing werd genomen door de Vierde Kamer van de Hoge Raad en het arrest is openbaar uitgesproken op 7 juli 2023.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de drie leden van de Hoge Raad wordt afgewezen wegens het ontbreken van zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.