Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep van de verdachte
4.Beslissing
21 november 2023.
Hoge Raad
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor medeplegen en het opzettelijk aanwezig hebben van cocaïne, alsmede voor voorbereidings- of bevorderingshandelingen met betrekking tot een partij cocaïne uit Colombia die grotendeels in de haven van Antwerpen in beslag werd genomen.
Het gerechtshof 's-Hertogenbosch had verdachte vrijgesproken van medeplegen en het aanwezig hebben van cocaïne, maar oordeelde dat het niet mogelijk was dat voorbereidings- of bevorderingshandelingen konden hebben plaatsgevonden na de inbeslagneming van de partij verdovende middelen.
Het openbaar ministerie stelde cassatieberoep in tegen dit oordeel. De Hoge Raad verklaarde het beroep van verdachte niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van schriftuur, maar achtte het cassatiemiddel van het OM gegrond. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof voor zover het betreft de beslissingen over de voorbereidings- of bevorderingshandelingen en de strafoplegging, en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting.
De Hoge Raad verwees daarbij naar het arrest ECLI:NL:HR:2023:1580 voor de motivering dat voorbereidings- of bevorderingshandelingen ook na inbeslagneming van de partij verdovende middelen mogelijk kunnen zijn. De uitspraak werd gedaan op 21 november 2023 door de strafkamer van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard, het arrest van het hof wordt vernietigd voor het onderdeel voorbereidings- of bevorderingshandelingen en strafoplegging, en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.