ECLI:NL:HR:2023:1597
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens ontbreken gronden
Belanghebbende, vertegenwoordigd door A.F.M.J. Verhoeven, stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag. Het beroepschrift bevatte echter niet de vereiste gronden zoals voorgeschreven in artikel 6:5, lid 1, letter d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De griffier van de Hoge Raad stelde belanghebbende op 14 augustus 2023 via het digitale dossier in de gelegenheid om dit verzuim binnen zes weken te herstellen. Deze termijn eindigde op 25 september 2023. Ondanks ontvangst van deze kennisgeving heeft belanghebbende het verzuim niet hersteld.
Op grond hiervan heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard conform artikel 6:6 Awb Pro. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het arrest is gewezen door raadsheren Punt, Fierstra en Cools en in het openbaar uitgesproken op 17 november 2023.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van de gronden van het beroep.