ECLI:NL:HR:2023:1598
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens gebrek aan machtiging
In deze zaak heeft F.J. van Schip beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 20 juli 2021. De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van dit beroep beoordeeld. De indiener van het beroepschrift stelde het beroep namens een partij in, aangeduid als [X].
De griffier van de Hoge Raad heeft de indiener verzocht binnen zes weken een bewijsstuk te overleggen waaruit blijkt dat hij gemachtigd is om het beroep in cassatie in te dienen, dan wel een verklaring van degene namens wie het beroep wordt ingesteld dat hiermee instemt. Dit verzoek is per aangetekende brief verzonden en volgens Track&Trace afgeleverd op het opgegeven adres.
De indiener heeft echter geen machtiging of verklaring overgelegd. De Hoge Raad concludeert daarom dat de indiener niet bevoegd was om het beroep in cassatie namens [X] in te stellen. Op grond hiervan verklaart de Hoge Raad het beroep niet-ontvankelijk. Er is geen veroordeling in proceskosten opgelegd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een machtiging.