Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
21 november 2023.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag waarin de verdachte werd veroordeeld voor voorbereidingshandelingen met betrekking tot cocaïnetransporten vanuit Spanje naar Nederland en deelneming aan een criminele organisatie.
De verdachte was in eerste aanleg vrijgesproken, maar het hof had hem later schuldig bevonden. In cassatie werd betoogd dat de bewezenverklaring onvoldoende gemotiveerd was, met name over het opzet gericht op handelingen met verdovende middelen zoals cocaïne.
De Hoge Raad oordeelt dat het cassatiemiddel faalt omdat het hof zijn bewezenverklaring voldoende heeft gemotiveerd op basis van de vastgestelde feiten en omstandigheden, waaronder het ontbreken van een aannemelijke verklaring door de verdachte.
Wel wordt ambtshalve vastgesteld dat de redelijke termijn is overschreden, wat leidt tot een vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van achttien maanden naar zeventien maanden en een week. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot zeventien maanden en een week, het cassatieberoep wordt verder verworpen.