ECLI:NL:PHR:2023:683
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor voorbereiding cocaïnetransporten en deelneming criminele organisatie
De verdachte werd door het gerechtshof Den Haag veroordeeld tot achttien maanden gevangenisstraf voor het voorbereiden van cocaïnetransporten en deelname aan een criminele organisatie gericht op de invoer van cocaïne. De rechtbank Rotterdam sprak de verdachte eerder vrij voor het voorbereidingsfeit. De Hoge Raad toetste het cassatieberoep, dat zich richtte op bewijsklachten, en concludeerde dat de bewezenverklaring niet onbegrijpelijk is en voldoende is onderbouwd met onder meer telefoongesprekken, pingberichten, observaties en verklaringen.
Het hof stelde vast dat de verdachte en zijn mededaders zich bezig hielden met het organiseren van cocaïnetransporten vanuit Vigo, Spanje, en dat de verdachte een faciliterende rol vervulde binnen de criminele organisatie. Het versluierde taalgebruik in communicatie en het ontbreken van een aannemelijke verklaring van de verdachte versterkten het bewijs van zijn betrokkenheid. De organisatie had een duurzaam en gestructureerd karakter met als oogmerk het plegen van misdrijven zoals het invoeren van cocaïne.
De Hoge Raad wees het cassatieberoep af, waarbij werd benadrukt dat de rechter niet toetst of de feiten juist zijn vastgesteld, maar of de bewezenverklaring begrijpelijk is afgeleid uit de bewijsmiddelen. Wel werd ambtshalve opgemerkt dat de straf verminderd moet worden vanwege overschrijding van de redelijke termijn tussen het instellen van het cassatieberoep en de uitspraak.
Uitkomst: Cassatieberoep verworpen, straf verminderd wegens overschrijding redelijke termijn.