Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
21 november 2023.
Hoge Raad
De zaak betreft een WhatsApp-fraude waarbij verdachte samen met anderen bankgegevens van een derde gebruikte om geld van misdrijf afkomstige bedragen te laten storten op de bankrekening van die derde, met het oogmerk de identiteit van verdachte te verhullen.
Het hof oordeelde dat sprake was van wederrechtelijk gebruik van persoonsgegevens zoals bedoeld in artikel 231b Sr, omdat de bankrekeninghouder onder valse voorwendselen haar rekeninggegevens ter beschikking stelde. De verdachte en zijn mededaders maakten zich schuldig aan (pogingen tot) oplichting via WhatsApp.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof dat het gebruik van de persoonsgegevens wederrechtelijk was, ondanks dat de rekeninghouder toestemming had gegeven, omdat die toestemming was gebaseerd op een onjuiste voorstelling van zaken. Wel vernietigt de Hoge Raad de strafoplegging voor wat betreft de duur van de gevangenisstraf vanwege overschrijding van de redelijke termijn en vermindert deze tot zeven maanden en drie weken. Het beroep wordt verder verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot zeven maanden en drie weken, beroep verder verworpen.