Uitspraak
2. de STAAT (de MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID)
Hoge Raad
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, waarin hoger beroep was gedaan tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant over door belanghebbende betaalde belasting op personenauto’s en motorrijwielen.
De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het cassatieberoep beoordeeld en daarbij het advies van de procureur-generaal betrokken. Gezien de aard van de klachten en de inhoud van de eerdere uitspraken is geoordeeld dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen.
Daarom heeft de Hoge Raad besloten het beroep zonder verdere inhoudelijke motivering niet-ontvankelijk te verklaren op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie. Tevens is geen veroordeling in proceskosten opgelegd.
Het arrest is gewezen door de raadsheren E.N. Punt (voorzitter), M.A. Fierstra en P.A.G.M. Cools en in het openbaar uitgesproken op 24 november 2023.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard zonder verdere motivering.