ECLI:NL:HR:2023:1637
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake inkomstenbelasting 2019
Belanghebbende heeft in cassatie beroep ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 5 juli 2022, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland inzake de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2019 behandelde.
De Staatssecretaris van Financiën heeft verweer gevoerd tegen het cassatieberoep. De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld, maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad heeft geen nadere motivering gegeven, omdat beantwoording van de klachten niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft tevens besloten geen proceskosten toe te wijzen en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest is op 24 november 2023 in het openbaar gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof bevestigd.