Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
5 december 2023.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin verdachte werd veroordeeld voor witwassen van een geldbedrag van €25.199,91. In eerste aanleg was verdachte vrijgesproken. Het hof gebruikte een kasopstelling als bewijs, waarvan de juistheid niet werd betwist.
Het cassatiemiddel richtte zich tegen het oordeel dat het geld afkomstig was uit enig misdrijf. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht de verklaring van verdachte over de herkomst van het geld als onwaarschijnlijk had beoordeeld, mede omdat verdachte kennis had kunnen nemen van de verklaring van een medeverdachte die geen aanknopingspunten bood voor de beweringen van verdachte.
De Hoge Raad vond het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk en voldoende gemotiveerd. Het cassatieberoep werd daarom verworpen. De uitspraak bevestigt dat het hof niet verplicht was nader onderzoek te verrichten naar de verklaring van verdachte en dat de gebruikte bewijsvoering toereikend was.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor witwassen van €25.199,91.