Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het derde cassatiemiddel
4.Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige
5.Beslissing
28 november 2023.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van een verdachte veroordeeld voor poging tot doodslag, poging tot zware mishandeling en opzettelijke vrijheidsberoving. Het hof had naast gevangenisstraf ook een maatregel van terbeschikkingstelling (TBS) met voorwaarden opgelegd, waaronder medewerking aan tijdelijke opname in een kliniek en opname in een zorginstelling.
De Hoge Raad oordeelde dat de voorwaarde dat de verdachte zich maximaal zeven weken moet laten opnemen in een instelling niet in handen mag worden gelegd van reclassering of zorginstellingen zonder rechterlijke toetsing, wat strijdig is met artikel 38a Sr. Zonder instemming van de verdachte kan alleen de rechter-commissaris tijdelijke opname bevelen volgens artikel 6:6:10a Sv. De voorwaarde werd daarom vernietigd. Daarnaast stelde de Hoge Raad vast dat het hof zich onvoldoende had uitgelaten over de concrete duur van opname in de zorginstelling, wat ook onjuist was.
Verder werd geoordeeld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden, wat leidde tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf met twee jaren. De overige klachten werden verworpen. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof gedeeltelijk en deed zelf uitspraak over de strafvermindering.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de voorwaarde over tijdelijke opname, vermindert de gevangenisstraf tot één jaar en tien maanden en verwerpt het beroep voor het overige.