ECLI:NL:HR:2023:1666

Hoge Raad

Datum uitspraak
1 december 2023
Publicatiedatum
30 november 2023
Zaaknummer
22/04491
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging arrest hof inzake uitleg finaal verrekenbeding in huwelijkse voorwaarden

In deze zaak stond de uitleg van een finaal verrekenbeding in huwelijkse voorwaarden centraal. De vrouw stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam, dat eerder de uitleg van het verrekenbeding had beoordeeld.

De Hoge Raad heeft de klachten van de vrouw over het hofarrest onderzocht, maar geoordeeld dat deze klachten niet tot vernietiging van het arrest kunnen leiden. De Hoge Raad vond geen aanleiding om in dit geval vragen te beantwoorden die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, zoals bedoeld in artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De conclusie van de Advocaat-Generaal tot verwerping van het cassatieberoep werd gevolgd. De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en de kosten van het cassatiegeding zo verdeeld dat iedere partij haar eigen kosten draagt.

Het arrest is gewezen door de vicepresident en raadsheren van de civiele kamer en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer op 1 december 2023.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bevestigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer22/04491
Datum1 december 2023
ARREST
In de zaak van
[de vrouw],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
hierna: de vrouw,
advocaat: K. Aantjes,
tegen
[de man],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de man,
advocaat: C.G.A. van Stratum.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/15/307773 / HA ZA 20-608 van de rechtbank Noord-Holland van 26 juni 2019 en 4 november 2020;
b. het arrest in de zaak 200.289.864/01 van het gerechtshof Amsterdam van 6 september 2022.
De vrouw heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De man heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.L.C.C. Lückers strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de vrouw heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- compenseert de kosten van het geding in cassatie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren A.E.B. ter Heide en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op
1 december 2023.