Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
12 december 2023.
Hoge Raad
De betrokkene was in hoger beroep veroordeeld tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel in verband met deelname aan een criminele organisatie en hennepteelt. Tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 februari 2022 werd cassatie ingesteld. De betrokkene heeft echter geen cassatiemiddelen ingediend binnen de daarvoor gestelde termijn. De advocaat-generaal concludeerde daarom dat het beroep niet-ontvankelijk verklaard moest worden.
De Hoge Raad heeft vervolgens het beroep van de betrokkene niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 437 lid 2 in Pro samenhang met artikel 511h van het Wetboek van Strafvordering. Dit betekent dat de Hoge Raad het beroep niet inhoudelijk heeft behandeld. De uitspraak is gedaan door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 12 december 2023.
Deze beslissing houdt in dat het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in stand blijft en dat de ontnemingsvordering tegen de betrokkene gehandhaafd wordt. Er zijn geen verdere middelen ingediend of behandeld in deze procedure.
Uitkomst: Het cassatieberoep van betrokkene is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet indienen van cassatiemiddelen binnen de wettelijke termijn.