ECLI:NL:HR:2023:1687

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 december 2023
Publicatiedatum
1 december 2023
Zaaknummer
22/00785
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 437 lid 2 SvArt. 511h Sv
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep niet-ontvankelijk in zaak profijtontneming wegens criminele organisatie en hennepteelt

De betrokkene was in hoger beroep veroordeeld tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel in verband met deelname aan een criminele organisatie en hennepteelt. Tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 februari 2022 werd cassatie ingesteld. De betrokkene heeft echter geen cassatiemiddelen ingediend binnen de daarvoor gestelde termijn. De advocaat-generaal concludeerde daarom dat het beroep niet-ontvankelijk verklaard moest worden.

De Hoge Raad heeft vervolgens het beroep van de betrokkene niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 437 lid 2 in Pro samenhang met artikel 511h van het Wetboek van Strafvordering. Dit betekent dat de Hoge Raad het beroep niet inhoudelijk heeft behandeld. De uitspraak is gedaan door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 12 december 2023.

Deze beslissing houdt in dat het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in stand blijft en dat de ontnemingsvordering tegen de betrokkene gehandhaafd wordt. Er zijn geen verdere middelen ingediend of behandeld in deze procedure.

Uitkomst: Het cassatieberoep van betrokkene is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet indienen van cassatiemiddelen binnen de wettelijke termijn.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/00785 P
Datum12 december 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 februari 2022, nummer 21-004685-17, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968,
hierna: de betrokkene.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Cassatiemiddelen zijn namens deze niet voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd dat de betrokkene niet-ontvankelijk wordt verklaard in zijn cassatieberoep.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De wet bepaalt binnen welke termijn een advocaat namens de betrokkene een schriftuur met cassatiemiddelen (klachten) bij de Hoge Raad moet indienen. Aan die verplichting is niet voldaan. Het gevolg daarvan is dat de Hoge Raad het beroep van de betrokkene niet in behandeling kan nemen (zie artikel 437 lid 2 in Pro samenhang met artikel 511h van het Wetboek van Strafvordering).

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
12 december 2023.