Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
12 december 2023.
Hoge Raad
De verdachte werd in hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard door het gerechtshof 's-Hertogenbosch omdat het hoger beroep te laat was ingesteld, conform artikel 408 lid 1 sub a van Pro het Wetboek van Strafvordering. Daarnaast stelde verdachte dat het hof had verzuimd te beslissen op zijn verzoek tot aanhouding van de behandeling om een oproepingsbrief uit eerste aanleg te overleggen.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van de verdachte beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering te geven omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, zoals bedoeld in artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Het arrest is gewezen door de vice-president Borgers als voorzitter en de raadsheren Caminada en Dalebout. Het beroep is verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand blijft en de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep bevestigd wordt.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hoger beroep blijft niet-ontvankelijk wegens te late indiening.