ECLI:NL:PHR:2023:952
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens te late indiening ondanks betwisting brief politie
De verdachte werd door het hof niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter, omdat het hoger beroep niet binnen de wettelijke termijn van veertien dagen na de uitspraak was ingesteld. De verdachte voerde aan dat hij door een brief van de politie, waarin stond dat hij niet hoefde te verschijnen, in de veronderstelling verkeerde dat de zitting niet doorging. Deze brief kon hij echter niet overleggen tijdens de zitting.
Het hof oordeelde dat de dagvaarding op correcte wijze persoonlijk aan de verdachte was betekend en dat hij tijdig op de hoogte was van de zittingsdatum. De brief van de politie, die mogelijk op 30 maart 2021 aan de echtgenoot was uitgereikt, was niet in het dossier aanwezig en werd door de advocaat-generaal niet herkend als standaardprocedure. Het hof zag daarom geen reden om het onderzoek aan te houden om de brief te overleggen.
In cassatie werd betoogd dat het hof had moeten beslissen op het verzoek tot aanhouding van de behandeling om de brief nader te kunnen onderbouwen. De Hoge Raad oordeelt dat het niet onbegrijpelijk is dat het hof dit verzoek niet als zodanig heeft opgevat. De zitting van 1 april 2021 was geen pro forma zitting en de verdachte was tijdig geïnformeerd. Het cassatieberoep wordt verworpen.
De uitspraak bevestigt het belang van strikte naleving van termijnen in het strafprocesrecht en benadrukt dat verwarring over oproepingsbrieven niet automatisch leidt tot ontvankelijkheid bij overschrijding van de termijn.
Uitkomst: De verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep wegens overschrijding van de wettelijke termijn.