Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
12 december 2023.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte die werd veroordeeld voor het voorhanden hebben van een vuurwapen onder haar bed in de slaapkamer van haar woning, in strijd met artikel 26 lid 1 van Pro de Wet wapens en munitie (WWM).
De verdachte voerde onder meer aan dat het hof ten onrechte had geoordeeld dat zij beschikkingsmacht had over het vuurwapen dat in een afgesloten koffer lag, terwijl zij noch de sleutel noch de cijfercode bezat. Daarnaast betwistte zij de strafmotivering van het hof, dat een gevangenisstraf van zes weken oplegde, terwijl zij een taakstraf vorderde vanwege haar persoonlijke omstandigheden.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten over het oordeel van het hof niet tot vernietiging konden leiden en dat het niet nodig was om de motivering nader te onderzoeken, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het cassatieberoep werd derhalve verworpen.
Het arrest werd uitgesproken door de vice-president M.J. Borgers en raadsheren C. Caminada en C.N. Dalebout op 12 december 2023.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor het voorhanden hebben van een vuurwapen wordt bevestigd met een gevangenisstraf van zes weken.