Conclusie
4.Het eerste middel
als relaas van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2]:
als relaas van verbalisanten [verbalisant 3]. [verbalisant 4]. [verbalisant 5] en [verbalisant 6]:
als relaas van verbalisant [verbalisant 8]:
als verklaring van verdachte:
als verklaring van [medeverdachte]:
als relaas van verbalisant [verbalisant 9]:
Voor een veroordeling van het – als pleger – voorhanden hebben van een wapen of munitie is vereist dat de verdachte het wapen of de munitie bewust aanwezig had. De in de rechtspraak van de Hoge Raad in dit verband gebruikte aanduiding van “een meerdere of mindere mate” van bewustheid geeft aan dat de verdachte zich bewust was van de (waarschijnlijke) aanwezigheid van het wapen of de munitie, zonder dat die bewustheid zich hoeft uit te strekken tot de specifieke eigenschappen en kenmerken van het wapen of de munitie of tot de exacte locatie van dat wapen of die munitie. Voor het bewijs van dergelijke bewustheid geldt dat daarvan ook sprake kan zijn in een geval dat het niet anders kan dan dat de verdachte zulke bewustheid heeft gehad (vgl. HR 20 september 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP5992).