ECLI:NL:HR:2023:1702

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 december 2023
Publicatiedatum
5 december 2023
Zaaknummer
22/04889
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 300.1 oud SrArt. 304.1 oud Sr
Verwijzingen
6 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatie in mishandelingszaak 8-jarig kind door stiefouder

In deze strafzaak stond de mishandeling centraal van een 8-jarig kind door de toenmalige partner van de moeder, waarbij het kind met de voet in het water werd geduwd. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden had de verdachte veroordeeld op grond van de artikelen 300.1 jo. 304.1 van het oude Wetboek van Strafrecht.

De vraag speelde of het hof terecht had geoordeeld dat de verdachte het slachtoffer verzorgde of opvoedde als behorend tot zijn gezin, hetgeen relevant is voor de kwalificatie van het feit. De verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest. Omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, werd geen nadere motivering gegeven.

Uiteindelijk heeft de Hoge Raad het beroep verworpen en daarmee het arrest van het hof bekrachtigd. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren op 19 december 2023.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling van de verdachte voor mishandeling.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/04889
Datum19 december 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 22 december 2022, nummer 21-003289-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.A.M. Pijnenburg, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
19 december 2023.