ECLI:NL:HR:2023:1745
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens ontbreken gronden
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch. Het beroepschrift voldeed echter niet aan de vereisten van artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb, omdat de gronden van het beroep ontbraken. De griffier van de Hoge Raad gaf belanghebbende de mogelijkheid dit verzuim binnen zes weken te herstellen. Deze termijn eindigde op 17 oktober 2023.
Hoewel een brief op 18 oktober 2023 werd ingediend, was dit na afloop van de hersteltermijn. Daarom liet de Hoge Raad dit stuk buiten beschouwing en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk op grond van artikel 6:6 Awb Pro. De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen.
Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 15 december 2023. Hiermee is de cassatieprocedure definitief beëindigd zonder inhoudelijke behandeling van de zaak.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van de gronden en het niet tijdig herstellen daarvan.