Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
19 december 2023.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van de verdachte tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 17 september 2021, waarin hij werd veroordeeld voor medeplegen van het opzettelijk vervaardigen van amfetamine en medeplegen van voorbereidings- en bevorderingshandelingen met betrekking tot de productie van amfetamine.
De verdachte stelde meerdere klachten in cassatie, onder meer over het bewijs en de toepassing van artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie (RO). De Hoge Raad oordeelde dat deze klachten niet tot vernietiging van het hofarrest konden leiden en zag geen noodzaak tot nadere motivering vanwege het ontbreken van belang voor rechtseenheid of -ontwikkeling.
Wel stelde de Hoge Raad ambtshalve vast dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro was overschreden, aangezien meer dan twee jaar waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Dit leidde tot een vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van 34 maanden naar 33 maanden.
De Hoge Raad vernietigde het hofarrest uitsluitend voor wat betreft de strafmaat, verminderde de straf en verwierp het beroep voor het overige. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Strafkamer op 19 december 2023.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot 33 maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn, beroep voor het overige verworpen.