1.2Betrokkenheid van de verdachten bij drugslab in [plaats ] voorafgaand aan de inval van 11 juni 2013
Op vrijdag 24 mei 2013 werden door het observatieteam van de politie de volgende waarnemingen gedaan. Om 08.21 uur werd door verbalisant K119 gezien dat een Opel Vivaro met kenteken [kenteken 2] stond geparkeerd bij de watertoren te [b-straat] . Deze Opel Vivaro was met ingang van 22 mei 2013 tot en met 15 juni 2013 op naam van [medeverdachte 3] gehuurd. Verbalisant K119 gaf aan de inzittende van de Opel Vivaro te herkennen als verdachte [verdachte] . Om 08.32 uur zag K119 dat de hiervoor genoemde Citroen met kenteken [kenteken 1] het parkeerterrein van de watertoren te [b-straat] op reed. K119 gaf aan dat hij de bestuurder van de Citroen herkende als [medeverdachte 3] . K119 zag dat [medeverdachte 3] uit de Citroen stapte en in de Opel Vivaro plaatsnam. Om 08.35 uur zag K119 dat de personen die hij herkende als [medeverdachte 3] en [verdachte] van plaats wisselden, waarbij [medeverdachte 3] de bestuurder werd en dat de Opel Vivaro wegreed. Een andere verbalisant. K117 genoemd, nam waar dat de Opel Vivaro werd geparkeerd aan de [c-staat] te [plaats ] , dat [medeverdachte 3] en [verdachte] uitstapten en dat zij in de richting van de woning van [medeverdachte 1] liepen. Verbalisant K117 zag dat [medeverdachte 1] uit zijn woning kwam lopen, dat [medeverdachte 1] en [verdachte] als bijrijder in de Opel Vivaro stapten, dat [medeverdachte 3] als bestuurder instapte en dat de Opel Vivaro wegreed. Om 10.10 uur werd door verbalisant K119 gezien dat de Opel Vivaro het terrein op reed naar de loodsen die achter de woning aan de [a-straat 1] waren gelegen. Verbalisant K107 zag om 10.50 uur dat de achterste loods achter de woning aan de [a-straat 1] door [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en [verdachte] werd dichtgemetseld.
Later die dag, om 16.20 uur, vond er in de Citroen een OVC-gesprek plaats waarbij [medeverdachte 3] tegen zijn gesprekspartner, die hij [verdachte] noemde, zei: "Wat een dag zeg. Ik heb dat nog nooit gedaan joh, een dag met jou ja. Twee rijtjes. (...) Ik heb nog nooit zo’n metselblokje in mijn handen gehad. En als mensen het dan niet uitleggen. Ik pak dat niet in een keer.”
Op 25 mei 2013 werd door een manspersoon die zichzelf [verdachte] noemde naar twee verschillende telefoonnummers gebeld. Twee verbalisanten herkenden de stem van deze persoon echter als de stem van [medeverdachte 1] . Om 09.36 uur deed hij navraag naar een caravan, die echter al verkocht bleek te zijn. Om 10.24 uur belde hij naar het bedrijf [A] aan het [d-straat 1] te [plaats ] . [medeverdachte 1] vroeg of de caravan er nog stond en dit werd bevestigd. [medeverdachte 1] vroeg of er een wc in de caravan zat en toen de verkoper zei dat hij dacht van wel, gaf [medeverdachte 1] te kennen dat hij eraan kwam.
Op 25 mei 2013, korte tijd later, hebben in de Citroen OVC-gesprekken plaatsgevonden tussen twee personen. Zij noemden elkaar respectievelijk ‘ [medeverdachte 3] ’ en ‘ [medeverdachte 1] ’, zijnde de voornamen van [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] . Hierbij werd onder meer het volgende gezegd:
(Tussen 10.47 uur en 11.08 uur)
" [medeverdachte 1] : [d-straat 1] he?
[medeverdachte 3] : [d-straat 1] (...)
[medeverdachte 1] : Gij mag wel een fles meenemen naar dat drugspandje.
[medeverdachte 3] : Ja.
(Tussen 11.16 uur en 11.35 uur)
[medeverdachte 1] : Das een mooi ding. (...) Ik zag deze toevallig in een keer. (...)
[medeverdachte 3] : Terug naar die eh?
[medeverdachte 1] : Ja drugspandje.
(...)
[medeverdachte 1] : Die gast heeft maar 10 flessen. Dus ik ga nou even naar de Bunkercentrale. (...)
Ja die caravan ik zit even te kijken waar we dat ding neer pleuren. Ik wou zeggen die ken ik wel afgooien.
[medeverdachte 3] : En zo'n fles weegt?
[medeverdachte 1] : 33 kilo.
(Tussen 11.35 uur en 11.50 uur)
[medeverdachte 1] : Zetten we vandaag gewoon klaar en dan rijden we morgen op zijn gemak.
(...)
[medeverdachte 1] : Morgenvroeg ga ik niet rijden hoor. Zaterdag.
[medeverdachte 3] : Nou oké. Dat vind ik wel een heel strak plan hoor als ik eerlijk moet zijn.
[medeverdachte 1] : En de caravan en de flessen daarnaartoe brengen.
[medeverdachte 3] : Ja, dat kan in een keer?
[medeverdachte 1] : Ja.
(...)
[medeverdachte 3] : Bij de Konijnenberg zit toch ook zo'n bedrijf? Ik heb daar die koppeling laten maken voor mijn gasflessen, witte wel.
(...)
[medeverdachte 1] : Dan gaan we gewoon die even halen. Ik heb 10 van die flessen nodig en er staan er 7.
(Tussen 11.56 uur en 12.02 uur)
[medeverdachte 3] : Maar ik had 10 nee 15 gasflessen gekocht voor 100 euro, van die grote.."
Uit de peilbakengegevens volgt dat de Citroen zich tussen 11.06 uur en 11.17 uur in de directe omgeving van [A] aan het [d-straat 1] te [plaats ] bevond en dat de Citroen tussen 11.32 en 11.38 uur stilstond in de directe omgeving (binnen een straal van 135 meter) van de woning van [medeverdachte 1] te [plaats ] .
Het hof concludeert aan de hand van de gebruikte bewoordingen dat deze gesprekken tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] evident betrekking hadden op de bewuste caravan en op het drugslab te [plaats ] , alwaar – naar hierna zal blijken – later bij gelegenheid van de inval door de politie de bewuste caravan ook is aangetroffen.
Op 27 mei 2013 vonden in de Citroen OVC-gesprekken plaats tussen twee personen. Uit de peilbakengegevens kan worden afgeleid dat [medeverdachte 3] weer een van deze personen was. [medeverdachte 3] was de huurder/regelmatig gebruiker van de Citroen en de auto stond die dag tussen 02.53 uur en 07.19 uur stil op de [e-straat] te [plaats ] , waar [medeverdachte 3] op dat moment verbleef. De auto verplaatste zich vervolgens naar de carpoolplaats Raamdsdonksveer A59 Zuid, waar de tweede persoon instapte. [medeverdachte 3] (in het gesprek aangeduid als [medeverdachte 3] ) noemde zijn gesprekspartner meermalen ‘ [verdachte] ’. In het gesprek werd onder meer het volgende gezegd (hof: de gesprekspartner wordt hieronder aangeduid als ‘ [verdachte] ’):
(Tussen 07.39 uur en 07.57 uur)
[verdachte] : Nog hooit meegemaakt dat het zo onprofessioneel is geregeld. Als die [medeverdachte 1] 't allemaal weet, stapt ie er gelijk uit.
(...)
[medeverdachte 3] : We rijden nu op en neer. Zorg dat die gasflessen betaald zijn.
[verdachte] : Maar hij moet die gasflessen gaan betalen daar of moet hij ons geld geven daarvoor?
[medeverdachte 3] : Hij kan ons geld geven, maakt mij niet uit of hij moet ze gaan betalen, maar [betrokkene 5] zei hij zou het regelen.
(…)
[verdachte] : Hoeveel hebben ze dan uhhh.
[medeverdachte 3] : Dan hebben ze er 8.
[verdachte] : Hij moest er tien hebben maar dat is zeker net iets te duur, twee.
[medeverdachte 3] : Nee, als ze er niet zijn, dan zijn ze er niet daar, [verdachte] .
(...)
[medeverdachte 3] : Ik weet niet of hij thuis is of niet, hij zou naar Spanje vliegen. Zijn vrouwtje zal het wel weten. (...)
[verdachte] : Maar hebben ze dan geen andere bus staan toevallig waar die sleutel eh...
[medeverdachte 3] : Nee want de sleutels van die caravan liggen in die bus.
(Tussen 08.01 uur en 08.05 uur)
[verdachte] : Ik heb een luchtbed bij mij. Er ligt hout daaro.. we hebben platen hout: Dan kan ik buiten de caravan een bed bouwen. Balken hoog leggen. Luchtbed erop. Hoesje erop dekbed.
[medeverdachte 3] : Een paar balen hooi pakken en daar een plank opleggen. Rechtstreeks op de betonnen vloer, daar word je niet vrolijk van.
Gebleken is dat [medeverdachte 1] op 27 mei 2013 een vlucht naar Barcelona heeft geboekt en dat hij op 28 mei 2013 weer terug naar Nederland is gevlogen.
In de nacht van 29 mei 2013 zag de politie bij een inkijk in de loods aan de [a-straat 1] dat er een bestelbus (vermoedelijk een Renault Traffic of Opel Vivaro), twee IBC’s en meerdere jerrycans in de loods stonden. Verder hoorden verbalisanten dat er iemand in de loods lag te slapen.
Ook hier concludeert het hof op basis van de bewoordingen in het gesprek tussen [medeverdachte 3] en persoon [verdachte] , die door [medeverdachte 3] ‘ [verdachte] ’ wordt genoemd, dat het OVC-gesprek evident betrekking heeft op het drugslab te [plaats ] . Tevens concludeert het hof dat [medeverdachte 1] niet een van de deelnemers is van het gesprek, nu gesproken wordt over een persoon die gasbussen moet betalen en naar Spanje vliegt, en het [medeverdachte 1] is die op 27 mei naar Barcelona vliegt.
Op 3 juni 2013 vond er in de Citroen een gesprek plaats tussen twee personen. Het hof concludeert dat [medeverdachte 3] aan dit gesprek deelnam, nu hij de gebruiker was van de Citroen en een van de gespreksdeelnemers [medeverdachte 3] werd genoemd […]. In het gesprek weerden onder meer het volgende gezegd (hof: [medeverdachte 3] wordt hieronder aangeduid als [medeverdachte 3] (van [medeverdachte 3] ) en de gesprekspartner van [medeverdachte 3] als ' [verdachte] '):
[medeverdachte 3] : 1.000 liter water gestoomd eh.
[verdachte] : Ja.
[verdachte] : En heb je niks over gehoord hoe dat zit met afval?
[medeverdachte 3] : (...) dat ze een trechter halen zijn, die scheidingstrechter.
[medeverdachte 3] : Mijn handen jongen echt!
[verdachte] : [betrokkene 4] ik geloof dat ze twaalf keer alles heb gewassen van dat spul.
[medeverdachte 3] : Mijn kleren dat valt nog wel mee eigenlijk.
[verdachte] : Voordat het er een beetje uit was.
[verdachte] : Ik hoop dat er een beetje wat uitgehaald wordt en dat we een beetje centen krijgen van de week eh... Dat regelt de [betrokkene 6] ook he de uitbetaling en alles.
[medeverdachte 3] : Ja.
[medeverdachte 3] : Je hebt mijn beetje gezien.
[verdachte] : Ja.
[medeverdachte 3] : En je hebt het zelf heel druk gehad.
[verdachte] : Ja.
[medeverdachte 3] : Ik heb gezien wat jij gedaan hebt en dat is veel werk.
[verdachte] : Ja.
[medeverdachte 3] : Ik had met die dingen schoonmaken, als je dat allemaal in je uppie moet gaan doen.
(...)
[verdachte] : Het is wel fijn (...) met die bus ook. En dat die gasflessen nog moeten komen (...).
[medeverdachte 3] : Ik heb tegen die [betrokkene 7] gezegd hoor dat jij buiten (...)
[verdachte] : He?
[medeverdachte 3] : Dat jij buiten op een luchtbed bent gebleven.
[verdachte] : Ooh zei die wat dan?
[medeverdachte 3] : Ja (...) dat is ook niks.
(...)
[verdachte] : Ik denk dat ik 5, 6.000 liter water daar heb lopen sjouwen achter elkaar.
[medeverdachte 3] : Dat is toch niet normaal of wel. Dat ken je niet alleen. Eigenlijk ken je alles bij elkaar pak. Dat ken je niet met z’n drieën. Uiteindelijk staan we daar wel met z’n drieën (...) in werk.
[verdachte] : (...) je werkt je eigen helemaal kapot.
[medeverdachte 3] : Ja.
[verdachte] : En ik hoop dat ze nu weten hoe het wel met (...) dat scheiden allemaal wel lukt he.
(…)
[medeverdachte 3] : Mijn idee is, buiten dat ik een keer mijn klauwen heb verbrand aan dat gasrekje
(...)
(...)
[verdachte] : Ik ga toch niet lopen kutten met een vat zoutzuur in mijn eentje.
(…)
[verdachte] : Zou jij mij een groot plezier willen doen? Dat dekbed in de caravan van mij, mijn spullen. Zou je dat in zo’n krat willen leggen van de caravan?
(...)
[verdachte] : We houden elkaar op de hoogte. (...) En uitkijken met de loog he!
Zoals hiervoor al is vermeld heet de vriendin van [verdachte] met haar voornaam ' [betrokkene 4] ’. [medeverdachte 3] heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat er in de Citroën gesprekken hebben plaatsgevonden met [verdachte] . Hij heeft verklaard dat de gesprekken, waarin onder meer werd gesproken over scheidingstrechters en gestoomd water, betrekking hadden op het amfetaminelab in [plaats ] . Verder blijkt uit het uittreksel uit de Justitiële Documentatie van [verdachte] dat hij op 9 juli 2012 in Spanje is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren en 1 dag ter zake van een drugsdelict. [medeverdachte 3] heeft verklaard dat hij [verdachte] persoonlijk kende en heeft bevestigd dat [verdachte] en hij op 9 juli 2012 in Spanje samen zijn veroordeeld ter zake van hetzelfde drugsdelict.
2. Overwegingen van het hof