ECLI:NL:HR:2023:1762

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 december 2023
Publicatiedatum
15 december 2023
Zaaknummer
23/02652
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 5.4.10 Wetboek van StrafvorderingArt. 552a Wetboek van Strafvordering
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake beslag op voorwerpen op grond van Europees onderzoeksbevel

De zaak betreft een cassatieberoep van de klager tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam van 5 juli 2023. De klager had klaagschrift ingediend op grond van artikel 5.4.10 in verbinding met artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, nadat diverse voorwerpen zoals laptops, telefoons en afluisterapparatuur in beslag waren genomen op basis van een Europees onderzoeksbevel (EOB) van Luxemburgse autoriteiten.

De kernvraag was of de inbeslaggenomen voorwerpen het bewijsmateriaal betroffen waarop het EOB betrekking had en dat de uitvaardigende Luxemburgse onderzoeksrechter met het bevel beoogde te verkrijgen. De Hoge Raad heeft de klachten van de klager over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld en geoordeeld dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van die uitspraak.

De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven omdat beantwoording van de vragen niet nodig was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. Het beroep in cassatie is derhalve verworpen.

De beschikking is gegeven door de vice-president Borgers als voorzitter, met raadsheren Kooijmans en Posthumus, en uitgesproken in openbare terechtzitting op 19 december 2023.

Uitkomst: Het cassatieberoep is verworpen en de beschikking van de rechtbank Amsterdam blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/02652 Br
Datum19 december 2023
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam van 5 juli 2023, nummer RK 23/012594, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 5.4.10 in verbinding met artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979,
hierna: de klager.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
19 december 2023.