Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
19 december 2023.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van de klager tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam van 5 juli 2023. De klager had klaagschrift ingediend op grond van artikel 5.4.10 in verbinding met artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, nadat diverse voorwerpen zoals laptops, telefoons en afluisterapparatuur in beslag waren genomen op basis van een Europees onderzoeksbevel (EOB) van Luxemburgse autoriteiten.
De kernvraag was of de inbeslaggenomen voorwerpen het bewijsmateriaal betroffen waarop het EOB betrekking had en dat de uitvaardigende Luxemburgse onderzoeksrechter met het bevel beoogde te verkrijgen. De Hoge Raad heeft de klachten van de klager over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld en geoordeeld dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van die uitspraak.
De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven omdat beantwoording van de vragen niet nodig was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. Het beroep in cassatie is derhalve verworpen.
De beschikking is gegeven door de vice-president Borgers als voorzitter, met raadsheren Kooijmans en Posthumus, en uitgesproken in openbare terechtzitting op 19 december 2023.
Uitkomst: Het cassatieberoep is verworpen en de beschikking van de rechtbank Amsterdam blijft in stand.