In deze economische strafzaak stond centraal of een bedrijf dat werkt met gevaarlijke stoffen voldoende maatregelen heeft genomen om zware ongevallen te voorkomen, zoals vereist op grond van de Arbeidsomstandighedenwet, Wet milieubeheer en het Besluit risico’s zware ongevallen 1999 (Brzo 1999).
De rechtbank sprak de verdachte vrij, maar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeelde het bedrijf tot een geldboete van €180.000, waarvan €40.000 voorwaardelijk. De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van de verdachte tegen dit arrest.
De Hoge Raad verwierp de cassatiemiddelen die zich richtten tegen de bewezenverklaring, kwalificatie van de feiten en de strafmotivering. Wel oordeelde de Hoge Raad dat de redelijke termijn was overschreden, waardoor de geldboete moest worden verminderd tot €177.500, waarvan €40.000 voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
De uitspraak bevestigt dat het niet naleven van wettelijke verplichtingen omtrent veiligheidsstudies en veiligheidsbeheerssystemen onder het Brzo 1999 strafbaar kan zijn, en benadrukt het belang van tijdige rechtsgang.