Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beslissing
19 december 2023.
Hoge Raad
De zaak betreft een verdachte die op 8 mei 2020 te Amsterdam meerdere politieagenten bedreigde met zware mishandeling. Het hof Amsterdam verklaarde de verdachte schuldig en wees verzoeken van de verdediging tot het horen van drie verbalisanten af, omdat het belang daarvan onvoldoende was onderbouwd.
De verdediging wilde de verbalisanten horen over de rechtmatigheid van de aanhouding en over het betwiste feit dat de verdachte een agent in het gezicht zou hebben gespuugd. De Hoge Raad herhaalt de criteria uit het arrest Keskin voor de beoordeling van getuigenverzoeken en constateert dat het hof ten onrechte niet heeft onderzocht of het proces als geheel voldoet aan het recht op een eerlijk proces zoals gewaarborgd in artikel 6 EVRM Pro.
De Hoge Raad oordeelt dat het belang van de verdediging bij het horen van de verbalisanten over het tweede feit (bespugen) onvoldoende is onderzocht en dat de afwijzing van dit verzoek niet begrijpelijk is. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest voor zover het de beslissing over het tweede feit en de strafoplegging betreft en verwijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde behandeling. De zaak wordt verwezen naar de rolzitting van 9 januari 2024.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest voor het tweede feit en verwijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling.