Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
19 december 2023.
Hoge Raad
De verdachte heeft twee minderjarige meisjes, die uit een instelling waren weggelopen en werden gezocht, ondergebracht in een woning zonder de politie of instelling daarvan op de hoogte te stellen. Het hof verklaarde bewezen dat verdachte deze meisjes vanaf het moment dat hij wist van hun vermissing heeft verborgen en aan nasporing heeft onttrokken.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat verdachte de meisjes heeft verborgen in de zin van artikel 280 lid 1 Sr Pro. Echter, het oordeel dat verdachte hen ook aan de nasporing van ambtenaren van justitie of politie heeft onttrokken, wordt verworpen wegens onvoldoende bewijs. Het enkele feit dat verdachte geen melding maakte bij politie of instelling is ontoereikend om dit te bewijzen.
De overige klachten van het cassatiemiddel worden verworpen zonder nadere motivering. De Hoge Raad constateert een beperkte overschrijding van de redelijke termijn, maar verbindt hieraan geen rechtsgevolgen. Het beroep in cassatie wordt verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand blijft, met uitzondering van het deel over onttrekking aan nasporing.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld voor het verbergen van twee minderjarige meisjes, maar niet voor onttrekking aan nasporing.