AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Hoge Raad bevestigt ontvankelijkheid cassatieberoep inzake internationale alimentatie tenuitvoerlegging
De zaak betreft een verzoek om verlof tot tenuitvoerlegging in Nederland van Amerikaanse alimentatiebeslissingen, waarbij zowel het Haags Alimentatieverdrag 2007 als het Verdrag NL-VS Levensonderhoud van toepassing zijn. De vrouw verzocht om tenuitvoerlegging van partner- en kinderalimentatiebeslissingen van een Amerikaanse rechtbank. De man betwistte de erkenning en tenuitvoerlegging met een beroep op openbare orde.
De voorzieningenrechter verleende verlof tot tenuitvoerlegging, waarbij onderscheid werd gemaakt tussen alimentatiebetalingen vóór en na 1 januari 2017, de ingangsdatum van het Haags Alimentatieverdrag 2007 voor de VS. De rechtbank Amsterdam bekrachtigde dit besluit voor het deel vanaf 2017 en kinderalimentatie. Het hof verklaarde de man niet-ontvankelijk voor het hoger beroep betreffende het deel vóór 2017 wegens overschrijding van de termijn en verwees het deel vanaf 2017 terug naar de rechtbank.
De Hoge Raad onderzocht ambtshalve de ontvankelijkheid van het cassatieberoep en oordeelde dat het beroep tegen de rechtbankbeschikking ontvankelijk is omdat de termijn van 60 dagen onder het Haags Alimentatieverdrag werd gerespecteerd, maar dat het beroep tegen het hofbesluit niet ontvankelijk is wegens overschrijding van de termijn van één maand onder het Verdrag NL-VS Levensonderhoud. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep inhoudelijk zonder nadere motivering en bevestigde de geldigheid van de tenuitvoerlegging.
Uitkomst: Cassatieberoep tegen hofbesluit niet-ontvankelijk, beroep tegen rechtbankbeslissing verworpen, tenuitvoerlegging Amerikaanse alimentatiebeslissingen bevestigd.
Voetnoten
1.Verdrag inzake de internationale inning van levensonderhoud voor kinderen en andere familieleden, ’s- Gravenhage, 23 november 2007, Trb. 2011, 144.
2.Wet van 29 september 2011, Stb. 460.
4.Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika inzake de geldendmaking van verplichtingen tot levensonderhoud, Washington, 30 mei 2001, Trb. 2001, 117 en 2001, 134.
8.Verdrag van Wenen inzake het Verdragenrecht, Wenen, 1969, Trb. 1972, 51, en 1977, 169.
9.Zie Convention of 23 November 2007 on the International Recovery of Child Support and Other Forms of Family Maintenance, Explanatory Report (A. Borrás & J. Degeling), Hague Conference on Private International Law, nr. 653 (te raadplegen op www.hcch.net), onder verwijzing naar Co-ordination between the maintenance project and other international instruments, Preliminary Document No 18 of June 2006 for the attention of the Special Commission of June 2006 on the International Recovery of Child Support and other Forms of Family Maintenance (P. Lortie)(te raadplegen op www.hcch.net).
11.Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland betreffende de wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen en andere executoriale titels in burgerlijke zaken, ’s-Gravenhage, 30 augustus 1962, Trb. 1963, 50.
12.Verdrag nopens de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen over onderhoudsverplichtingen jegens kinderen, ’s-Gravenhage, 15 april 1958, Trb. 1959, 187.
13.Verdrag inzake de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen over onderhoudsverplichtingen, ’s-Gravenhage, 2 oktober 1973, Trb. 1974, 85.
14.Convention of 23 November 2007 on the International Recovery of Child Support and other Forms of Family Maintenance, Explanatory Report (A. Borrás & J. Degeling), Hague Conference on Private International Law, nr. 508 (te raadplegen op www.hcch.net).
15.Convention of 23 November 2007 on the International Recovery of Child Support and other Forms of Family Maintenance, Explanatory Report (A. Borrás & J. Degeling), Hague Conference on Private International Law, nr. 508 (te raadplegen op www.hcch.net).