Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
22 december 2023.
Hoge Raad
Deze zaak betreft een cassatieberoep van eiser tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over een in rechte onherroepelijk vastgestelde verplichting van een ex-echtgenoot om zorg te dragen voor de afstorting van de commerciële waarde van een pensioenaanspraak aan de andere ex-echtgenoot.
Eiser stelde dat verweerder onrechtmatig had gehandeld door niet de noodzakelijke handelingen te verrichten om de pensioenafstorting te laten plaatsvinden, terwijl dit mogelijk was. De rechtbank en het hof oordeelden dat verweerder inderdaad onrechtmatig had gehandeld jegens eiser op grond van artikel 6:162 BW Pro.
De Hoge Raad heeft de klachten van eiser tegen het arrest van het hof beoordeeld en geoordeeld dat deze klachten niet leiden tot vernietiging. De Hoge Raad motiveert dit niet, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de rechtsontwikkeling of eenheid van het recht, conform artikel 81 lid 1 RO Pro.
Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding. Hiermee blijft het arrest van het hof in stand waarin de onrechtmatige daad en de verplichting tot pensioenafstorting zijn bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.