ECLI:NL:HR:2023:248
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak over ontvangst uitnodiging zitting belastingzaak en wijst terug naar rechtbank
Belanghebbende was het niet eens met de aanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor de jaren 2014, 2015 en 2016. Na afwijzing van bezwaar door de Inspecteur, stelde belanghebbende beroep in bij de rechtbank, waar zij niet verscheen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep bij het hof stond centraal of belanghebbende de uitnodiging voor de zitting had ontvangen. Het hof oordeelde dat de uitnodiging tijdig en op regelmatige wijze was aangeboden, mede op basis van een bericht van PostNL. Echter, het adres in het PostNL-bericht week af van het adres van belanghebbende.
De Hoge Raad stelde vast dat het oordeel van het hof onbegrijpelijk was omdat het bewijs van bezorging niet overeenkwam met het juiste adres van belanghebbende. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof en de uitspraak van de rechtbank en verwees de zaak terug voor verdere behandeling.
De Staatssecretaris werd veroordeeld in de proceskosten van het cassatieberoep, en belanghebbende kreeg vergoeding van betaalde griffierechten. Het arrest werd gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 17 februari 2023.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de eerdere uitspraken en wijst de zaak terug naar de rechtbank wegens onbegrijpelijk oordeel over ontvangst uitnodiging zitting.