ECLI:NL:GHDHA:2022:308
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bezwaar tegen belastingaanslagen wegens ontbreken objectieve voordeelsverwachting
Belanghebbende startte in 2014 een schoonheidssalon aan huis en diende voor de jaren 2014, 2015 en 2016 aangiften inkomstenbelasting in met negatieve resultaten uit overige werkzaamheden. De Inspecteur corrigeerde deze resultaten en legde aanslagen op met een belastbaar inkomen uit werk en woning van circa €13.791 tot €14.030. Belanghebbende maakte bezwaar, dat werd afgewezen door de Rechtbank Den Haag. Vervolgens stelde belanghebbende hoger beroep in bij het Hof.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat sprake was van een objectieve voordeelsverwachting. Ondanks deelname aan het economische verkeer en het beogen van voordeel, ontbrak de redelijke verwachting van positieve opbrengsten. De geringe omzet en het feit dat slechts enkele behandelingen per jaar werden verricht, ondersteunden dit oordeel. Ook het ontbreken van een bedrijfsplan of marktanalyse speelde een rol.
Verder werd geoordeeld dat de uitnodiging voor de zitting bij de Rechtbank tijdig en op correcte wijze was verzonden en ontvangen, waardoor terugwijzing niet aan de orde was. De opname van belanghebbende in de Fraude Signalering Voorziening en de toepassing van code 1043 waren niet de aanleiding voor de controle en geen reden voor vernietiging van de aanslagen. Het verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen omdat het hoger beroep ongegrond was.
Het Hof bevestigde de uitspraak van de Rechtbank en wees het hoger beroep af, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslagen inkomstenbelasting 2014-2016 worden bevestigd.