Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
17 januari 2023.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in een strafzaak over diefstal van hennep en medeplegen diefstal van hasj van klanten van een coffeeshop in Utrecht. De verdachte, geboren in 2001, stelde zich in cassatie op het standpunt dat het hof onjuist had geoordeeld.
Namens de verdachte diende advocaat F.E. den Hertog een schriftuur in, die aan het arrest is gehecht. De procureur-generaal bij de Hoge Raad kreeg de gelegenheid een advies uit te brengen over het beroep.
De Hoge Raad heeft het beroep beoordeeld en geoordeeld dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie maakte de Hoge Raad gebruik van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren.
Het arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter en de raadsheren Y. Buruma en M. Kuijer, en werd uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 17 januari 2023.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 80a RO.