ECLI:NL:HR:2023:250

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 februari 2023
Publicatiedatum
16 februari 2023
Zaaknummer
22/03031
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 437 lid 2 Wetboek van Strafvordering
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep in zaak doodslag op vier maanden oud kind

In deze strafzaak werd verdachte verdacht van doodslag op zijn vier maanden oude dochter in 2020 te Nieuwleusen. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden had verdachte eerder veroordeeld. Verdachte stelde cassatieberoep in bij de Hoge Raad.

Echter werden geen cassatiemiddelen door de advocaat van verdachte ingediend binnen de wettelijk gestelde termijn, zoals vereist volgens artikel 437 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering. Hierdoor kon de Hoge Raad het beroep niet inhoudelijk behandelen.

De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep niet-ontvankelijk en bevestigde daarmee het arrest van het gerechtshof. De uitspraak werd gedaan door raadsheer C. Caminada op 14 februari 2023.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet indienen van cassatiemiddelen.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/03031
Datum14 februari 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 11 augustus 2022, nummer 21-003512-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Cassatiemiddelen zijn namens deze niet voorgesteld.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De wet bepaalt binnen welke termijn een advocaat namens de verdachte een schriftuur met cassatiemiddelen (klachten) bij de Hoge Raad moet indienen. Aan die verplichting is niet voldaan. Het gevolg daarvan is dat de Hoge Raad het beroep van de verdachte niet in behandeling kan nemen (zie artikel 437 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering).

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
14 februari 2023.