ECLI:NL:HR:2023:289

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 februari 2023
Publicatiedatum
23 februari 2023
Zaaknummer
22/00805
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 4:46 lid 1 BW
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep over uitleg testament tussen broer en zus

In deze zaak staat een geschil tussen broer en zus centraal over de uitleg van het testament van hun vader, waarbij artikel 4:46 lid 1 BW Pro een rol speelt. De procedure begon bij de rechtbank Midden-Nederland en werd voortgezet bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, dat op 25 januari 2022 een arrest wees.

De zus stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof, terwijl de broer verweer voerde tot verwerping van dat beroep. De Advocaat-Generaal bracht een conclusie uit die strekte tot verwerping van het cassatieberoep, waarop de advocaat van de zus schriftelijk reageerde.

De Hoge Raad heeft de klachten van de zus beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. Daarbij heeft de Hoge Raad geen motivering gegeven, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en bepaald dat iedere partij haar eigen kosten draagt. Het arrest is op 24 februari 2023 gewezen door de raadsheren ter Heide, Salomons en Teuben en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Lock.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de zus wordt verworpen en iedere partij draagt haar eigen kosten.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer22/00805
Datum24 februari 2023
ARREST
In de zaak van
[de zus],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
hierna: de zus,
advocaat: A.C. van Schaick,
tegen
[de broer],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de broer,
advocaat: H.J.W. Alt.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak NL18.6836 van de rechtbank Midden-Nederland van 2 november 2018;
b. de arresten in de zaak 200.255.293 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 september 2021 en 25 januari 2022.
De zus heeft tegen het arrest van het hof van 25 januari 2022 beroep in cassatie ingesteld.
De broer heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor de broer toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de zus heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- compenseert de kosten van het geding in cassatie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.E.B. ter Heide, als voorzitter, F.R. Salomons en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op
24 februari 2023.