ECLI:NL:HR:2023:337

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 maart 2023
Publicatiedatum
3 maart 2023
Zaaknummer
21/01220
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 437 lid 2 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in cassatie wegens ontbreken cassatiemiddelen

De verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch, maar heeft geen cassatiemiddelen ingediend binnen de daarvoor gestelde wettelijke termijn. De advocaat-generaal concludeerde daarom dat het beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

De Hoge Raad toetst de ontvankelijkheid van het cassatieberoep en constateert dat de wettelijke vereisten niet zijn nageleefd. Artikel 437 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering schrijft voor dat cassatiemiddelen tijdig en schriftelijk moeten worden ingediend door een advocaat. Dit is niet gebeurd, waardoor de Hoge Raad het beroep niet in behandeling kan nemen.

Op basis hiervan verklaart de Hoge Raad het cassatieberoep van de verdachte niet-ontvankelijk en bevestigt daarmee het arrest van het gerechtshof. Er zijn geen inhoudelijke middelen behandeld omdat het beroep niet ontvankelijk is verklaard.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet indienen van cassatiemiddelen.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/01220
Datum7 maart 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 9 maart 2021, nummer 20-000391-17, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Cassatiemiddelen zijn namens deze niet voorgesteld.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd dat de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het ingestelde beroep.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De wet bepaalt binnen welke termijn een advocaat namens de verdachte een schriftuur met cassatiemiddelen (klachten) bij de Hoge Raad moet indienen. Aan die verplichting is niet voldaan. Het gevolg daarvan is dat de Hoge Raad het beroep van de verdachte niet in behandeling kan nemen (zie artikel 437 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering).

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
7 maart 2023.