Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
7 maart 2023.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch. Echter, er zijn geen cassatiemiddelen door de advocaat van de verdachte ingediend binnen de voorgeschreven termijn. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd dat het beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
De Hoge Raad toetst vervolgens de ontvankelijkheid van het cassatieberoep en constateert dat de wettelijke vereiste om tijdig cassatiemiddelen in te dienen niet is nageleefd. Op grond van artikel 437 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering kan de Hoge Raad het beroep daarom niet inhoudelijk behandelen.
Daarom verklaart de Hoge Raad het beroep van de verdachte niet-ontvankelijk en wordt het cassatieberoep afgewezen zonder inhoudelijke beoordeling van de zaak.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van cassatiemiddelen.